Het geheim van het MOB-complex

 

Onder deze titel hield Roel Schoeman, voormalig commandant van het MOB-complex in Elst (U) op 18 oktober 2018 een lezing in het Het Elster Geschiedenishuis. De laatste jaren staat de toekomst van het MOB-complex in Elst ter discussie. Onlangs is het terrein door defensie verkocht. Naar een voor iedereen aanvaardbare invulling van het terrein wordt nog gezocht. Misschien kan inzicht in wat er heeft plaatsgevonden op het complex helpen bij het vinden van die aanvaardbare invulling.

Als inleiding op de lezing van Roel Schoeman, liet eerst Toon Blokland, de coördinator van Het Elster Geschiedenishuis, aan de hand van oude kaarten de historie van het huidige natuurgebied Plantage Willem III, waarin het MOB-complex ligt, zien. Heel vroeger was het gebied van ‘De Plantage’ heidegebied, daarna werd het in gebruik genomen als tabaksplantage. Een aantal tabaksschuren uit die tijd staan er nog. Rond het jaar 1900 kwam er fruitteelt, daarna proeven met landbouw op schrale grond en gewasveredeling.

Toen in 1952 Nederland lid werd van de NAVO, zo vertelt Roel Schoeman, kreeg Nederland internationale militaire bescherming, maar moest daarvoor wel mensen leveren. De Amerikanen leverden de spullen, waar we nu overigens nóg voor betalen. Maar in Nederland was er niets, alleen wat afgedankt materieel van de Engelsen. De dienstplicht werd ingesteld. De dienstplichtige militairen waren na het vervullen van hun dienstplicht mobilisabel, oproepbaar in geval van oorlog. Voor het benodigde materieel dat ook paraat moest zijn, werden door defensie goedkope stukjes grond gezocht voor mobilisatiecomplexen: 5 grote en 42 kleinere met materieel. Van die laatste was het MOB-complex in Elst (U) er één.

Bij de aanleg van het MOB-complex in Elst gingen in Elst verhalen de ronde over atoombommen die daar zouden liggen. Die informatie zou uit betrouwbare bron komen. Er zouden grote kelders zijn met dergelijk materieel. Roel wist nergens van en aan zijn uitnodiging om eens te komen kijken werd geen gehoor gegeven. Intussen werd doorgegaan met de bouw van loodsen. Er kwamen 2 volle munitiebunkers, benzinebunkers, bunkers met gas, zuurstof en toilet, en een klimaatkamer. Later werden er nog eens 14 loodsen bijgezet, en weer later nog eens 4. In de loodsen stonden 160 voertuigen gestald, deels afgetankt, maar zonder accu’s en zeilen. De accu’s konden snel in de voertuigen gezet en gevuld worden. Ook waren er 36 vuurmonden. Verder was voor de mobilisabele eenheden die op Elst waren aangewezen voor ieder een tent met slaapzak en kleding en 3 dagen voedsel, brandstof en munitie aanwezig. Ook was er kleding tegen atoom- en biologische aanvallen. Als het MOB-complex de lucht in zou zijn gegaan zou Elst vanwege alle brandbare en explosieve stoffen die daar opgeslagen waren, niet meer bestaan hebben.

Het materieel dat op het Mob-complex opgeslagen stond, moest onderhouden worden. Dit gebeurde tweemaal per jaar door burgerpersoneel die door militairen getraind waren: wassen, onderhoudsbeurt en reparaties. De oliekeringen van de voertuigen was het grootste probleem. En er waren ook altijd lekkages. Ook moesten de auto’s elk jaar 25 km rijden. Vanwege ruimtegebrek werden de auto’s al beladen met spullen: Pikhouweel, andere gereedschappen, veldkeukens, enz. Het voedsel en de brandstof moesten één maal per jaar verwisseld worden.

Als een eenheid terugkwam van oefening moest alles weer opgeruimd worden. Sommige spullen (vnl. slaapzakken) kwamen nooit terug.

In eerste instantie was er op het complex een tweekoppige leiding met elk zijn eigen taak. Later was Roel de enige commandant. De mensen die op het complex werkten, altijd te weinig, werden gescreend op politieke betrouwbaarheid. Er waren ook 2 niet zo vriendelijke honden die het complex bewaakten: Dat er gestroopt werd rond het complex was niet zo’n probleem, maar de hekken van het complex mochten niet kapot. Ook ’s nachts moest Roel geregeld een kijkje gaan nemen op het complex.

Momenteel staat het MOB-complex in Elst (U) er leeg en verlaten bij.