Openbare Lagere School

<- Terug naar menu geschiedenis Achterberg

De allereerste vermelding van onderwijs in Achterberg is 1698: Willem Blauw uit Arnhem wordt als schoolmeester aangesteld.

Hoofd van de school zijn verder, voor zover bekend, geweest:
….-1826: Willem Wunram, 1827-1864: Johannes Joseph Landman, 1864-1875: Karel de Wolf, 1875-1878: Dirk van der Waaij, 1878-1899: Willem Hendrik Engelbergh, 1899-1922: Carel Louis Coops, 1922-1935: Bernardus Heijsman, 1935-1942: Cornelis van Ommen, 1942-1968: Anne Marinus van de Waal, 1968-1992: Teunis Jan Roelof de Groot .

De school waarin Willem Wunram (….-1826) les gaf, stond op de plaats waar zich nu nog het oude schoolgebouw bevindt, op de hoek van de Achterbergsestraatweg en het Ruiterpad. Van de school is niet veel bekend. Waarschijnlijk deed hij het alleen.

De school van Landman (1827-1864) was een eenmansschool. Niet altijd met een goed resultaat, zoals blijkt uit een rapport van de schoolinspectie uit 1842: ‘Ik vond er een net schoolgebouw en woning, liggende op eene hoogte vanwaar men een verrukkelijk uitzigt heeft, maar waar een put of waterpomp ontbrak, zoodat de onderwijzer genoodzaakt was dagelijks een kwartier uur ver het water te halen. Ik heb op verzoek van den onderwijzer den burgemeester hierover onderhouden, met dat gevolg dat er kort daarna eene pomp gezet is. Wat voorts het onderwijs van J.J. Landman betreft, het is doodeenvoudig en beperkt; er wordt gespeld, eentonig gelezen, een weinig gerekend en matig geschreven. Gelukkig hebben de eenvoudige boeren hier geen hooge opleiding noodig‘, aldus de inspecteur.

Hoofdonderwijzer Dirk van der Waaij (1875-1878) was in het bezit van een landbouwakte, waardoor hij ook volwassenenonderwijs kon verzorgen. Zo gaf hij in 1876 in het winterseizoen, van oktober tot februari, in de avonduren bijles in lezen, schrijven, rekenen en landbouw.

In 1908 kwam de plaatselijke schoolcommissie op bezoek. Hun oordeel was niet onverdeeld positief. Uit hun verslag: ‘Het hoofd de heer Coops, klaagde zeer over het schoolverzuim, dat volgens hem door het zogenaamde Landbouwverlof zeer in de hand werd gewerkt. Bij eventuele wetsherziening, zoude hij dit verlof liefst door een ander van een paar weken in een der maanden Augustus of September zien vervangen. Ofschoon duidelijk bleek dat ook in Achterberg alle krachten worden ingespannen, het onderwijs zoo vruchtbaar mogelijk te doen zijn, belet de inrichting van het schoolgebouw het geven van goed klassikaal onderwijs; het licht toch valt den kinderen op den rug; de lokalen moeten tevens dienen tot bergplaats van hoeden, manteltjes enz. en wat vooral hoogst nadelig is voor het onderwijs en voor de daarmee belaste personen. In elk lokaal zijn twee onderwijskrachten tegelijk werkzaam, waarom met verlangen de tijd wordt tegemoet gezien, waarop alle bezwaren, die tot nog toe den bouw van een nieuw beter schoolgebouw hebben verhinderd, zullen zijn opgeheven’. Die nieuwe school zou er komen, maar dat landbouwverlof bleef een probleem. Twaalf jaar later werd er nog steeds over geklaagd.
Na alle slechte rapporten over het oude schoolgebouw, werd besloten een nieuwe school te bouwen. Gemeentearchitect Hoiting ontwierp het nieuwe gebouw. Op 13 juni 1916 werd de eerste steen gelegd door burgemeester Jhr. G.J.A. Schimmelpenninck. Later dat jaar werd de nieuwe school feestelijk in gebruik genomen. Omdat het nieuwe gebouw op de plaats kwam van de oude school, werd er tijdelijk een houten noodschool gebouwd. In de volksmond werd  het gebouw aanvankelijk aangeduid als ”de nieuwe school” omdat het in de plaats was gekomen van een bestaand schoolgebouw. Een echte naam kreeg de school pas rond 1960 toen het gemeentebestuur alle scholen in de gemeente van namen voorzag. De school in Achterberg kreeg daarbij de naam ”Valleischool”.

Meester Van de Waal, geboren in 1904 in Bussum, werd in 1939 hij aangesteld als onderwijzer in de vacature van meester J.N. Otten, om in 1942 hoofd van de school te worden. Meester De Waal genoot groot aanzien in Achterberg. Samen met dominee Van Viegen zorgde hij voor het fragiele evenwicht tussen de verschillende geloofsgroepen in Achterberg. Zijn inzet werd in 1966 gewaardeerd met een koninklijke onderscheiding. Hij was een bescheiden man.

Behalve als lagere school had het gebouw reeds voor de tweede wereldoorlog een functie als gemeenschapshuis. Zo was er een ruimte met een podium voor toneel en werd er landbouwonderwijs verzorgd.
Tijdens de mobilisatie sliepen op de zolder van de school militairen, het schoolplein was voor een groot gedeelte in gebruik als parkeerplaats voor kanonnen. Tijdens de oorlog werd het gebouw door de Duitsers gevorderd. Na de oorlog zijn er diverse verbouwingen geweest. In 1948 werd er een gymzaal aangebouwd welke ook dienst deed als buurtschapshuis en werd er tevens achter de school een brandweerbergplaats bijgebouwd. In 1961 werd een voormalig landbouwlokaal verbouwd tot kleuterschool.

Na meester De Waal werd in 1968 het nieuwe hoofd Theo de Groot. Door een aantal oorzaken werden pogingen ondernomen om een christelijke school te stichten. Dit was een gevoelig onderwerp in de kleine Achterbergse gemeenschap en het ging gepaard met de nodige emotie.

In 1970 was de splitsing een feit. De ene helft van Achterberg bleef trouw aan het openbare onderwijs, terwijl de andere helft een reformatorische school oprichtte. Deze splitsing had niet alleen grote gevolgen voor de Valleischool, ook de verhoudingen in Achterberg, soms zelfs binnen families hadden hieronder te lijden. De eerste jaren na de splitsing waren niet gemakkelijk voor de Valleischool. Voortdurend bestond de zorg van te weinig leerlingen. De oude school was veel te groot geworden en bovendien ook oud. Er werden nieuwbouwplannen gemaakt. Op 17 november 1978 de nieuwe school worden geopend, door niemand minder dan het oude schoolhoofd meester Van de Waal.
De oude school werd omgebouwd tot Dorpshuis. In het nieuwe gebouw (hoek Achterbergsestraatweg-Ruiterpad t.o. de Hervormde Kerk, later in gebruik door Philadelphia, gesloopt in 2016) was ook plek voor de openbare kleuterschool van juffrouw Ans van Dijk, die daarvoor in een houten noodgebouw aan het Ruiterpad, tegenover de toenmalige fietshandel van Hennie van Gesink was gevestigd, op de plek waar zich nu de Willem Teellinckschool bevindt.

Naast de reformatorische school en de openbare school kwam er in die tijd nog een lagere school in Achterberg. Dat was de Rollemanschool, speciaal voor de kinderen van het woonwagenkamp in Rhenen. Toen de nieuwe openbare school in gebruik werd genomen, bleef de ‘Rollemanschool’ nog in de oude school. In 1986 werd deze bijzondere school echter opgeheven.

Door het steeds verder afnemend aantal leerlingen kwam er per 1 augustus 1996 een eind aan het openbare onderwijs in Achterberg.

Het oude schoolgebouw staat er nog steeds. In 1983 is het verbouwd tot het huidige Dorpshuis. Het is eigendom van de Gemeente. De gemeente verhuurt het pand aan de ‘Vereniging Vrienden van het Dorpshuis Achterberg’ (VVDA).

(Bron: Blankenstein, Hans (2009), Achterberg (1698-1996) in: Onze Schooljaren, Vijf eeuwen openbaar onderwijs in Achterberg, Elst en Rhenen, Rhenen: Mmix; http://www.bridge-instuif-rhenen.nl/dorpshuis-achterberg-2/ ; Sulman, A. en Deys, H.P. (2014), Met het oog op de ernst der tijden, mobilisatie in Achterberg, Elst en Rhenen 1939-1940. Barneveld: Koninklijke BDU Uitgevers BV)

 

Waar?